Tekst: Peter van Eijk
Een zeiltocht in ons bootje Goeie Tye langs de winderige Nederlandse Waddeneilanden. Met dit vooruitzicht sloot ik op woensdag 15 juli de schooldeuren achter me. Nog dezelfde avond stonden we voor een heel andere beslissing: Dinie had via een bekende ( Frieda voor de insiders) een aantrekkelijke aanbieding van Kilroy Travels binnengekregen maar dan moesten we wel onmiddellijk beslissen en min of meer onmiddellijk vertrekken. Het aantrekkelijke van het leven bestaat volgens ons uit onverwachte avonturen dus de volgende ochtend waren we vanaf 5.45 uur onderweg om onze eerste vlucht naar Londen te halen. Via Tokio, Auckland, Papeete (Tahiti) vlogen we naar Bora Bora, het mooiste eiland in de Stille Zuidzee. Arjen en Floor waren inmiddels al op de hoogte gesteld en bleken warempel enthousiast. Tja, je zult je ouders maar vijf weken op bezoek krijgen….’Hallo, daar zijn we dan’…ach jee’ . Het weerzien op het idyllische Bora Bora was voor ons ontroerend. Al direct na de landing zagen we in de verte de Pegasus liggen en tussen de boot en het vliegveld speerde een dinghy in onze richting: Arjen had besloten z’n ouders maar zelf in te laden. We hadden moeite onze tranen bij dit weerzien na lange tijd in te houden; tenslotte is deze bepaald niet risicoloze tocht voortdurend in onze gedachten geweest. Ook het weerzien met Floor en Laura was hartverwarmend. De hut in de voorpunt was al traditioneel tot liefdesnest van jonge stellen gebombarde erd dus wij kregen een overigens ook gerieflijke achterhut waarin ook dingen kunnen gebeuren die verliefde oudere mensen met elkaar doen .. ha ha.. Arjen had zichzelf verwezen naar de bank, een zelfopoffering waarmee we wat in onze maag zaten ( hij had bovendien ruim 39 koorts). Inmiddels koerste de boot naar een rustig idyllisch plekje. En wat is dat genieten: uitzicht op een intens blauwe lagune, een palmeilandje uit een te dure reisfolder voor je neus, nieuwsgierige kleurige vissen in ongelooflijk helder water. Met Floor en Laura ( Arjen was aan ’t beteren op de boot) picknickten we op een naburig verlaten strand onder zwaar met kokosnoten beladen palmen, terwijl de ondergaande zon als onovertroffen sfeermaker fungeerde . Bora Bora bleek ook een duikparadijs. Floor en ik (Arjen was nog steeds koortsig) konden de verleiding niet weerstaan om als onverschrokken mannen tussen de lemonsharks en zwartpuntrifhaaien te duiken. Die bleken i n grote getale voor te komen, nieuwsgierig cirkelden de 3 tot 4 meter grote haaien om ons groepje heen. Geen moment hadden we ’t gevoel dat ze ons als feestmenu zagen, integendeel, ze gedroegen zich als goedmoedige maar nieuwsgierige guppies. De volgende dag naar het Frans Polynesische eiland Huahine: flinke golven , blauwe lucht en de vislijnen uit. En na een tijdje werd het oermannelijke jachtinstinct beloond: twee dorades van ruim een meter trokken de lijnen strak , na een half uur had éen weer het ruime sop gekozen, de ander lag onder luid gejoel in de kuip te spartelen. De volgende dagen betekende dat natuurlijk vissalade, gebakken vis, sushi (gemaakt door onze onovertroffen geisha Laura)en visovenschotel. Huahine was weer een plaatje: palmen, tropisch fruit (dat overigens nergens veilig is voor Florian die overal robinsonachtige neigingen heeft), een prachtige baai. Hier blijkt hoe klein het passaatzeilende dorpje is,‘iedereen’ vindt elkaar weer: de Ierse zeilers van de Balu, de Australiërs van de ‘Ketchup II’ , tal van andere boten die ook Panama, Galapagos en de Marquesas-eilanden achter zich hebben gelaten en last but not least de ‘always happy Norwegians’ van ‘To Fluer’. Het drijvende dorp blijkt een betrouwbaar, vrolijk en muzikaal volkje dat altijd bereid is elkaar te helpen als dat nodig is. Ook wij zullen dat later ondervinden. De drank vloeit rijkelijk, de ‘soup’ van To Fluer wordt legendarisch: fruitcocktail met een flinke hoeveelheid rum. De voorraad ‘soup’ lijkt onuitputtelijk, de sfeer is er één van tropische verbondenheid, Arjen en de Noren zingen de sterren uit de zuidelijke hemel en tenslotte vertrouwt Floor zijn zwarte krullen aan de golven toe. Het resultaat van deze laatste knipbeurt leek aanvankelijk een angstaanjagende skinhead op te leveren maar dat leek bij nader inzien mee te vallen. Laura bleef verliefd op ‘m. Dinie en Laura houden nog ’s grote schoonmaak, proberen kastjes opnieuw in te richten, ruimen op wat ze kunnen: de Pegasus ziet er weer even piekfijn uit ( je leert deze kortstondige momenten waarderen!). De volgende dag wordt Huahine per fiets verkend: een tocht waarbij weer het nodige fruit wordt buitgemaakt, rituele offerplaatsen (stenen met inscripties) worden bekeken en enorme heilige palingen verleid met een blikje tonijn . Al deze activiteiten worden ’s avonds weer besloten met een muzikaal salsafeestje in het plaatselijk café; het bier, ditmaal geschonken in enorme kannen, vloeit weer rijkelijk. Wat ’n tropisch paradijs ! We besluiten Huahine wat verderop in de lagune te gaan verkennen. Het meest onthutsend vond ik eigenlijk wel te moeten ervaren dat het koraal er grijsbruin en levenloos bij lag, juist in die tot de verbeelding sprekende Stille Zuidzee had ik fantastisch koraal verwacht maar het is er simpelweg niet meer. Oorzaak ? Volgens de lokale bevolking het eetgedrag van een speciale vis. Volgens mij simpelweg door een langzaam stijgende watertemperatuur. Laat de deskundigen het maar ’s uitzoeken, ’t doet pijn dit te zien. Koraalvissen zitten er overigens nog in overvloed maar de grotere vissen zijn, volgens de plaatselijke bevolking, steeds moeilijker te vinden. Het drama van de zee kondigt zich op veel fronten aan.
Na enkele dagen genieten varen we terug naar de baai: de laatste uren voor Laura zijn aangebroken. Terugvaren naar Papeete ( het aanvankelijke plan) is geen optie. De wind is inmiddels aangewakkerd tot stormkracht en koers Papeete ligt scherp aan de wind, een net iets te wild tochtje dus. Laura besluit een extra vlucht te boeken naar Tahitiaanse hoofdstad. Enkele dagen later varen we met een eenzame Floor en een over Kim mijmerende Arjen weer terug naar het andere deel van de lagune. Een hele school dolfijnen doet een enthousiaste poging het humeur van beide door hormonen geplaagde zeilers weer wat op te monteren. Ook de rest van het drijvende dorp blijkt de beukende golven in de baai te zijn ontvlucht en in de lagune te zijn neergestreken. Enkele dagen van relatieve rust en maximaal genieten verstrijken. Tijd om weer te vertrekken, nu naar Raiatea, een dag varen verderop. Een ontroerend afscheid volgt, de Noren zwaaien ons uit, langzaam varen we weg, de motor pruttelt ….en stopt acuut. Schrik alom. Maar op de Pegasus weet men van wanten, razend snel wordt het anker weer uitgegooid en daar liggen we dan weer. Het hele drijvende dorp geeft motoradvies, reserve-onderdelen komen uit alle hoeken en gaten tevoorschijn maar zonder resultaat: de motor weigert mee te werken. De eindconclusie ,nadat zowat elke schipper uit het drijvende dorp onder de motor heeft gelegen, is : de versnellingsbak is kaduuk. Dat wordt dus zeilen naar Raiatea: linke soep zo zonder motor in de lagune maar we hebben geen keus. De volgende dag varen we begeleid door de Noren naar de lagune-uitgang. Het gaat nog bijna fout als de wind wegvalt en we verlijeren in de richting van het rif maar een plotselinge sterke valwind trekt de boot weer recht en eindelijk zijn we op de veilige open zee. De Ketchup II en de Balu waren ons al voorgegaan en via de radio (beide boten zijn onophoudelijk met elkaar in gesprek) horen we dat zij een rustig plekje hebben gevonden in de lagune van Raiatea, waar ook wij wat later op de dag, zeilend en begeleid door de Noren, aankomen. De volgende dag varen we de haven in; inmiddels is contact gelegd met een monteur . Floor en Arjen ontpoppen zich als ware ‘mecaniciens’, gezamenlijk slopen ze de versnellingsbak onder de motor vandaan, de boot verandert in één grote gereedschapsbak. Wij nemen als werkloze ouders maar vaak de wijk naar het plaatselijk café, we lopen of liggen maar in de weg. Maar waardering hebben we voor die twee knullen ! Wat ’n kerels, wat ’n samenwerking ! Na een paar dagen is de versnellingsbak gemaakt, de kosten bleven beperkt. Wat ’n mazzel, dat had anders kunnen uitpakken. We genieten nog ’n avond van plaatselijke folklorische dansen (die Polynesische meidenbillen lijken een eigen erotisch beweeglijk leven te leiden) en de laatste tocht naar de Cook Islands breekt aan: vijf dagen varen. Het weerbericht is gecheckt: heldere luchten, kalm windje, matige golfslag, kortom ’t kan niet beter. Buitengaats is ’t weer genieten geblazen, een walvis laat zich even zien, de dag lijkt niet meer stuk te kunnen. Floor checkt even bij de motor en schreeuwt plotseling alarm: bij de schroefas spuit het water naar binnen. Meteen is iedereen aan de slag: Arjen duikt onder de motor om het euvel te achterhalen, Floor en Peter slaan driftig aan het hozen. De flens rond de schroefas en de schroefas zelf lijken te zijn verschoven, waardoor er water naar binnen kan komen . Arjen slaagt erin de schroefas terug te drukken en de flens te dichten en na een kwartier zit alles weer op z’n plaats. Op de Cookislands moet alles nog maar ’s goed bekeken worden. De rust keert terug, voor een tijdje…. In deze tijden van El Niño en klimaatveranderingen gaat alles anders dan verwacht. De wind wakkert aan, de lucht betrekt , buien trekken in slagorde over de boot en de golven bouwen zich langzaam op tot huizenhoge muren. Dit hadden we niet verwacht. Af en toe bekruipt me de angst. Vooral ’s nachts verkleint de wereld van de boot zich tot de kuip en je bent je bewust van je kwetsbaarheid in dit geweld. Overboord slaan betekent een zekere dood maar wie wil zo denken? De Pegasus neemt elke golf speels, steil klimt hij tegen de golven op om er aan de andere kant weer af te surfen. Het is vier uur op, vier uur af. Dinie is zeeziek de kooi ingedoken en zal daar de komende dagen niet meer uitkomen. In de boot blijken veel zaken niet goed vast te zijn gezet: de hele vloer ligt bezaaid met jassen, truien, zwemvesten , stinkende ongewassen kleren en etensresten. De maaltijden bestaan uit brood; van koken is geen sprake in deze heen en weer rollende toestand. Arjen en Floor blijken ervaren zeilers: ook onder deze omstandigheden ( die ze naar eigen zeggen nog niet hadden meegemaakt) weten ze wat ze doen. Als ’s nachts de genuarolschoot breekt, sprint Floor als een soort spiderman op de wild tekeergaande boot naar voren en weet ‘m in korte tijd, in broederlijke samenwerking met Arjen , weer op orde te krijgen. Die acties scheppen vertrouwen en langzamerhand bekruipt mij ook het gevoel dat voor deze Pegasus en deze bemanning geen zee te hoog is. De wind trekt aan tot 46 knopen, giert langs de mast , golven slaan af en toe over de kuip maar ’t maakt niet meer uit: de zee krijgt ons er niet onder.
Na dagen van woeste zeeën komen we ’s nachts aan bij onze haven op de Cookislands maar waar is de haveningang ? De spanning stijgt, we zijn toe aan rust. Via de radio wordt contact opgenomen met andere boten. De ingang blijkt te zijn aangegeven door blauwe ledlichten en een groen knipperend boeilicht. Nog nergens vertoond, zo’n haveningang. Langzaam manoeuvreren we de boot de haven in en weten ‘m zonder schade aan te leggen. Iedereen slaakt een zucht van verlichting, Wat ’n trip en wat ’n rust nu. De volgende dag besluiten Dinie en ik maar ’s een rustig pensionnetje op te snorren, de jongens zijn toe aan een stukje privacy, wij aan een niet bewegende ondergrond. Langzaam komt het gewone leven in de dagen daarna weer op gang. We hebben het gerieflijke en gastvrije ‘Paradise Inn’ betrokken, zijn weer wat bijgeslapen, huren een auto en verkennen het hoofdeiland. Met verbazing zien we dat Floor en Arjen eigenlijk nauwelijks een rustpauze inlassen: het Rode Kruis project houdt hen dagelijks van negen tot zeven uur bezig, ze bereiden interviews voor, nemen ze af, filmen, geven een interview aan het plaatselijk tv-station (Check hem HIER), trekken de bergen in, bekijken de diverse projecten, bezoeken een weerstation etc. Wij beleven veel dingen samen met hen en zijn trots op ze. In Paradise Inn kunnen ze douchen en we kunnen er gezamenlijk eten. Wat ’n luxe na de ontberingen van de laatste periode ! Onze laatste dagen breken aan : de eigenaresse organiseert een gezamenlijke afscheidsmaaltijd : gezellig met z’n tienen aan een traditioneel ‘Cooksmeal’. Ook het Rode Kruis laat zich niet onbetuigd: de laatste lunch wordt groots opgediend in het plaatselijk onderkomen en heeft eveneens een traditioneel karakter. Drie dagen tevoren zijn grote wortels in een smeulend vuur met hete stenen gestopt. Het vuur wordt afgedekt, na drie dagen kunnen de wortels gegeten worden. Voor de lunch worden ze weer tevoorschijn gehaald. Ze smaken enigszins naar zoethout ; het uitgekauwde hout moet eveneens weer uitgespuugd worden. Nou ja, de gebakken bananen met kip en broodvruchten zijn in ieder geval heerlijk. En wat ’n schatten van mensen dat ze dit allemaal met ons willen delen. We hebben de laatste weken heel veel vriendelijkheid, wijsheid, enthousiasme, medeleven en vrolijkheid ontmoet. ’t Zijn ervaringen, die je opslaat, en je vormen. Ervaringen die als voorbeeld dienen voor een manier van leven. Floor en Arjen, lieve knullen, bedankt voor al jullie gastvrijheid. We zijn razend trots op jullie !

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. Powered by AkoComment 2.0! |